Oudezijdsvoorburgwal 334, 1012 GM Amsterdam

Piet van den Boog

Piet van den Boog schildert ogenschijnlijk slechts voor-stellingen. We zien een kooitje van bamboe op een verweerde vloer met daarin en daarom- heen witte klaproosbladeren, een vrouw in een kimono met een kraanvogel of het gezicht van een man met een Japanse tekst op zijn wang. De beelden lijken bevroren momenten uit een theatrale voorstelling. Zij symboliseren echter gevoelens, zoals de ervaring van begrenzing en het zoeken naar nieuwe, positieve dingen.Van den Boog ontleent zijn ideeën aan de Commedia dell' Arte en de Japanse kunst en cultuur, met name aan het werk van de achttiende-eeuwse prentkunstenaar Utamaro. Tijdens een reis naar Japan werd hij geraakt door de verregaande esthetiek binnen de kunstvormen van deze cultuur. Regelmatig keert hij terug naar China en Japan. De Japanse invloed is niet alleen merkbaar in het uiterlijk en de aankleding van de personen en de keuze der objecten, maar ook in de compositie. Vaak zien we een enkel figuur of voorwerp in een lege ruimte. In bijvoorbeeld 'Trilogie blanc', dat is geënt op de foto 'Noir et Blanche' van Man Ray, heeft Van den Boog het Afrikaanse masker vervangen door een Japans NF4h-masker. Het gepoederde Geishagezicht verbergt haar ware gevoelens.

De thema's van de kunstenaar keren herhaaldelijk terug. Vaak werkt hij in series, zoals in zijn trilogieën. Centraal staat de mens verbeeld als universeel thema. In zijn stillevens draait het om verstilling en emotie. Het werk kenmerkt zich door een sterk licht-donker contrast en aandacht voor details.

Genoemde thema's verschijnen in de loop van de jaren negentig in zijn werk. Voor die tijd schilderde Van den Boog klassieke gebouwen die hun oorsprong hadden in Parijs, Venetië en Amsterdam, of andere architecturale vormen in een verstild, imaginair landschap, waarin hij grote vlakken afwisselde met fijn uitgewerkte details. Dit tekenachtige element blijft een constante en is ook in zijn latere werk te vinden.

Van den Boog studeerde aan de TU Delft (telecommunicatie) en deed 's avonds de Rietveldacademie. Zijn inte-resse lag primair bij het tekenen en nog steeds doet hij dat vaak. Toch koos hij uiteindelijk voor de schilderkunst die hem meer vrijheid bood. Vanaf het begin concentreerde hij zich op de figuratie tegen de stroom op de academie in. Aanvankelijk werkte hij als elektrotechnisch ingenieur, maar koos later voor het vrije beroep van schilder. Van den Boog maakt zelden van tevoren schetsen. Van een onderwerp dat hem boeit, neemt hij foto's van alle kanten en laat de voorstelling dan bezinken. Later ontdekt hij dan composities of kleuren, die hij zich niet meer uit de realiteit herinnert. De foto's zijn een houvast voor de verhoudingen en de details; ze worden niet letterlijk nageschilderd. Het doek prepareert hij zelf. Het wit van de ondergrond wordt gebruikt zoals een aquarellist het wit van het papier gebruikt, waardoor de kleuren helderder en sprekender worden. De compositie wordt op het doek getekend, waarna de kunstenaar de voorstelling verder met olieverf nat in nat aanbrengt op het doek. Hij gebruikt fijne penselen en een, in de loop der jaren geselecteerd beperkt palet van vijf tot zeven kleuren. Twee lagen zijn meestal voldoende. Glacering past hij alleen plaatselijk toe.