Bernardien Sternheim
Centraal in het werk van Bernardien Sternheim staat de mens. Deze wordt in al zijn kwetsbaarheid neergezet in ontroerende of juist confronterende situaties. We zien vrouwen achter het raam, terwijl de mannen voorbij paraderen of een man en een vrouw die elkaar een kus geven temidden van een menigte mensen. In haar werk verbeeldt ze alleen het meest noodzakelijke om het verhaal begrijpelijk te maken.
Het schilderen van deze beelden is voor Sternheim een manier om gevoelens, confrontaties en emoties te verwerken, om commentaar te geven op wat gebeurd is. Zij verbeeldt dit door verhalende schilderijen en zelfportretten. Beide genres keren steeds terug in haar oeuvre.
Sternheims kracht ligt in het herkenbaar maken van de emoties voor de toeschouwer en de dramatiek waarmee zij ze verbeeldt. Ze weet gevoelens te veralgemeniseren door de kijker niet alles kant en klaar aan te reiken. Ze geeft hoogstens aanwijzingen, zodat we in een bepaalde richting zoeken, maar verder alle ruimte hebben voor onze eigen fantasie. Een thema dat de kunstenares veelvuldig gebruikt, is de verhouding tussen man en vrouw. Verschillende van haar werken gaan over de verwerking van een liefdesrelatie die mis liep, terwijl recent werk over nieuwe ontmoetingen gaat. Haar zelfportretten drukken veeleer universele emoties uit als verdriet, eenzaamheid, vergankelijkheid van schoonheid, de verhouding van de mens met het eigen lichaam en de omgang met anderen. In feite gebruikt Sternheim haar zelfportret slechts als model, niet als een middel tot zelfonderzoek.
Door middel van uitgewerkte figuurstudies en een sterk licht-donker contrast, die de invloed van Pyke Koch laten zien, zet ze haar voorstellingen neer. Met familie, vrienden en zichzelf als model - vaak verzint ze ook figuren - vertelt ze haar eigen verhaal. Dat is niet altijd even vrolijk, maar de wereld is in wezen ook niet leuk, is haar opvatting.
Ze volgde haar opleiding aan de AKI in Enschede. Sternheim heeft al van jongs af aan schilder willen worden. Schilderen is een obsessie voor haar, maar ze doet het wel met plezier.
De opzet van een schilderij vindt intuïtief plaats. Het is direct en gepassioneerd werken. Al schetsend komt de voorstelling uiteindelijk tot stand. Ze heeft geen vooraf opgezet idee in haar hoofd van wat ze gaat maken. Het ontstaat als vanzelf.
Na de schetsmatige opzet schildert ze met steeds kleinere kwasten. Dat vraagt zoveel concentratie, dat de passie wordt omgezet in meditatie. Deze fase is een geheel andere dan in het begin. Het begin is het schilderij opzetten en verzinnen en dat is leuk. Daarna is het 'zelfdwang en worstelen tot de laatste snik.'
Vaak menen we in de voorstellingen van Sternheim bekenden te zien, maar alle figuren op het doek zijn verzonnen. De kunstenares geeft slechts handvatten, waardoor we aan het denken worden gezet.
