Hans Deuss
In het werk van Hans Deuss lijken natuur en cultuur een eeuwige strijd met elkaar te voeren. Klassiek ogende, exotische gebouwen wedijveren met oprukkend groen: bomen en struiken dringen zich door constructies heen of doemen op in de verte. Lucht en water omringen de architectuur. Trappen leiden naar boven of beneden en geven het gevoel dat ontsnappen uit deze beklemmende situatie mogelijk is. De schilderijen geven een gevoel van grote ruimtelijkheid, doordat een verre horizon of een doorkijk het oog steeds naar buiten de voorstelling leidt. Daar lonkt de vrijheid.
De natuur voert een strijd met de menselijke aanwezigheid. Deuss laat de vernietigingsdrang van de mens zien en het gevecht van de natuur om lijfsbehoud. Hij voorziet uiteindelijk een overwinning van de natuur op de mens, maar dat zal wel heel lang duren. De wind brengt zaden in scheuren waar planten en bomen zullen groeien die de gebouwen uiteindelijk gaan overwoekeren. Van een echte Amsterdammer als Hans Deuss zouden we dit standpunt misschien niet verwachten, want in zijn dagelijks leven is de stad alom aanwezig. Maar hij gaat graag naar buiten en fietst dan door het vlakke polderland. Steeds weer is aan de horizon de almaar uitdijende stad zichtbaar als een oprukkend front. Deuss is hierdoor gefascineerd en vindt het een mooi gegeven.
Het thema van de gebouwen ontleent de schilder aan zijn fantasie en aan de werkelijkheid. Het zijn flarden van herinneringen, aan bijvoorbeeld zijn kinderjaren toen hij in oude fotoboeken zat te bladeren, of aan reizen, zoals naar Mexico, waar hij de oude Aztekencultuur bezocht. Hij kan zich helemaal in zijn eigen wereld verliezen.
De surrealistisch ogende bouwwerken zijn veelal open constructies zonder dak, ramen of deuren waardoorheen we lucht, water of groen ontwaren. Het zijn echter geen verweerde en vervallen gebouwen, maar bouwwerken die zorgvuldig geconserveerd zijn, schoongemaakt en opge-ruimd. Alles is keurig netjes geordend in het werk van Deuss. Deze helderheid wordt nog verhoogd door de fijnrealistische schilderswijze: de structuur van wanden, het blad van bomen, alles wordt tot in detail weergegeven.
De kunstenaar volgde zijn opleiding aan de Rietveld-academie te Amsterdam, waar hij les kreeg van Melle en Herman Gordijn. Hier ontwikkelde hij zijn belangstelling voor het magisch realisme; met name de invloed van Carel Willink vinden we terug in Deuss' werk.
Het vaktechnische aspect van het schilderen heeft hij zichzelf eigen gemaakt. Allerlei technieken en kleuren heeft hij uitgeprobeerd en zijn werkwijze en de resultaten zorgvuldig op schrift vastgelegd. Hij is een enorme perfectionist, maar door jarenlange ervaring heeft hij de techniek nu geheel in zijn vingers.
Als Deuss aan een schilderij wil beginnen, maakt hij eerst schetsjes. In zo'n eerste schetsje van 4 x 4 cm raakt hij altijd de kern van wat hij wil vastleggen. Het zijn heel gedetailleerde schetsjes. De spannendste wil hij uitvoeren. De kleine schets zet hij over op een grotere tekening en die brengt hij vervolgens over op het doek. Dit is fijn portretlinnen of paneel met
daarop fijn linnen geplakt. De kunstenaar werkt van licht naar donker, waarbij de ondergrond altijd meespeelt in de voorstelling. Hij begint met de lucht en werkt langzaam naar voren. 'De uitdaging ligt in het opzoeken van de uitersten binnen de marges van je handschrift. De uitersten en iets verder'.