Oudezijdsvoorburgwal 334, 1012 GM Amsterdam

Jan Anton van Dis

Er gebeurt veel in de schilderijen van Jan Anton van Dis. Of beter gezegd: er staat iets te gebeuren of er is net iets gebeurd. Het is in ieder geval iets groots en dreigends. Zware wolkenluchten hangen boven het landschap, donker, dreigend of net oplichtend. Een regenboog, draden of palen schieten als schichten door het beeld. De zee, de vlaktes, de bergen ogen al net zo dreigend als de luchten. Objecten in vreemde combinaties en situaties bewegen zich tussen hemel en aarde.

Het werk van Van Dis toont surrealistische, magisch realistische en fantastisch realistische aspecten. Het zijn werelden die niet lijken te kunnen bestaan, maar die toch zo natuurlijk ogen. De kunstenaar is op zoek naar het raadsel van de werkelijkheid.

De voorstelling in 'Werk in uitvoering', - een windhoos in zee zichtbaar
tussen banden waarmee wegwerkzaamheden worden afgerasterd-, lijkt een bestaanbare werkelijkheid. Daarentegen worden in 'Wie mag er beginnen?'
objecten en situaties bezien vanuit verschillende perspectieven, in één beeld samengevat, waarmee een nieuwe werkelijkheid wordt geschapen.

De schilderijen zijn opgebouwd uit grote vlakken die een duidelijke werking hebben ten opzichte van elkaar. Deze vlakken worden verder ingevuld en fijn uitgewerkt. Vooral de grote compositorische elementen scheppen de dynamiek die zo kenmerkend is voor deze kunstenaar. In de schilderijen van Van Dis is het niet duidelijk wat er precies gebeurt, maar het is in ieder geval dramatisch. Van Dis: 'Er moet bij mij iets opgeroepen worden, dat er niet staat. Een soort compacte dramatiek waardoor je vergeet dat je naar een schilderij, een 'plaatje'
van iets - interieur, landschap of iets dergelijks - staat te kijken. (..)' De atmosfeer, de objecten in hun bizarre settingen en de samenvoeging van niet bij elkaar passende elementen roepen vragen bij de toeschouwer op die de verbeelding aan het werk zetten. Tegelijkertijd is er volstrekte stilte in het schilderij: alles lijkt bevroren voor een fractie van een seconde. Dat geeft ons als toeschouwer de gelegenheid in alle rust de voorstelling te bekijken en onze fantasie te laten werken.

Van Dis volgde zijn opleiding aan de Rietveld Academie te Amsterdam, werkte daarna vele jaren in het boerenbedrijf waarin hij zijn vader opvolgde en besloot uiteindelijk het schilderen als beroep te kiezen.

Voor de kunstenaar ligt de uitdaging van het vak in het weergeven van het beeld dat hij in zijn hoofd heeft. Van Dis is gefascineerd door beelden, iets wat hij al vanaf jonge leeftijd heeft. Toen bestudeerde hij in zijn ziekbed - hij was als kind vaak ziek - boeken met zoveel mogelijk verschillende plaatjes. Dat bracht hem de liefde voor verbeelden bij en de enorme rijkdom die dat geeft.

De bedachte voorstelling wordt op het doek geschetst en vervolgens verder in olieverf uitgewerkt. Nooit weet hij zeker hoe het uitvalt en of de oplossing die hij bedacht heeft de juiste is. In de praktijk valt het uitwerken van het beeld-in-gedachten niet mee. Het is steeds schuiven met beeldelementen en worstelen met het materiaal. De kunstenaar wil als schilder en als toeschouwer van zijn eigen werk tevreden zijn.

Meestal werkt hij aan meerdere schilderijen tegelijk. Omdat hij de voorstelling al zo precies in zijn hoofd heeft, is het schilderen 'slechts' een kwestie van uitwerken en dat kan halverwege wel eens gaan vervelen. Het komt er dan alleen op aan om vol te houden en er een paar dagen echt voor te gaan zitten. In zo'n geval is het prettig zo nu en dan afstand te kunnen nemen en met iets anders aan de slag te gaan.