Oudezijdsvoorburgwal 334, 1012 GM Amsterdam

Joke Frima

Joke Frima schildert stillevens van planten en van objecten uit haar atelier. In haar plantstillevens toont ze de natuur die nog niet is leeggeplukt en leeggeroofd door mensenhanden. Ze zoekt naar gewone dingen die iets eigens hebben, zoals een veldje Oost-Indische kers, een kluitje aardbeienplantjes of een paardebloem. Het doek is zo geschilderd dat we er als het ware van dichtbij naar kijken: een close-up van een stukje doorgaans onopvallende natuur. De begrenzing van wat we zien ligt buiten het beeld; het hele vlak is gevuld met stengels, bladeren en bloemen. Het gewone, onooglijke wordt nog eens extra uitgelicht. Dorre bladeren of verlepte bloemen worden even nauwkeurig weergegeven als de groene, frisse spruiten en knoppen, alsof de kunstenaar wil zeggen dat ieder stukje van de plant belangrijk is, niet alleen zijn mooie bloemen of vruchten.

Meestal heeft Frima een idee in haar hoofd van wat ze wil gaan schilderen en zoekt ze daar het onderwerp bij. De keuze bepaalt ze aan de hand van het patroon van het blad, de abstracte werking die ervan uitgaat, in hoeverre het patroon zich herhaalt en of er een ritme ontstaat en gevoel van evenwicht. Als het nodig is, zet zij de compositie naar haar hand. Vaak kiest ze een laag standpunt, omdat ze dat interessant vindt. Kan het werk niet ter plekke gemaakt worden, dan werkt ze met studies en foto's die ze later in haar atelier uitwerkt.

Door het abstracte spel van structuur, licht en kleur weet Frima met een alledaags onderwerp ritme, rust, evenwicht en aandacht voor het gewone op te roepen.

De schilderes werkt en woont in Frankrijk. Ter afwisseling van het schilderen naar de natuur maakt Frima ook stillevens. Ze componeert ze met dingen uit haar atelier: halflege verftubes, haar ezel of de schilderskruk, een citroen of ander fruit. Alles leent zich in principe om geschilderd te worden. Daarbij gaat het evenals in haar plantstillevens primair om het bereiken van rust en beweging ineen.

In 'Ensemble' heeft ze een ritmische compositie gemaakt van patissons, pompoenachtige witte vruchten omringd door pruimen en kalebasjes. De objecten hebben niet direct iets met elkaar te maken, maar zijn om hun vorm en kleur samengebracht. Door ze in een ritmische compositie te verbeelden, brengt zij beweging in de voorstelling die ze door het sobere kleurgebruik weet in te tomen.

Frima, die haar opleiding aan de academies voor Beeldende Kunst in Rotterdam en Tilburg volgde en in Florence studeerde, schildert haar doeken nat in nat met olieverf, zonder glaceringen. Ze begint met een eenvoudige opzet en vervolgens brengt ze een schematische ondergrond aan. De laatste lagen worden met het penseel opgebracht.Tijdens het schilderen voelt ze zich vrij. Het liefst maakt ze geen tekeningen van wat ze wil maken, want dat neemt de spontaniteit weg: het is dan al een keer verbeeld, een tweede keer is minder boeiend.