Joost van Kempen
Joost van Kempen schildert niet zomaar bouwkundige elementen uit de antieke oudheid en leegstaande gebouwen, hij voegt er iets aan toe. In elke voorstelling is een heldere lichtbron aanwezig waarvan wij alleen het felle schijnsel zien. Door een sterk contrast tussen licht en donker aan te brengen schept hij de illusie dat zich iets bijzonders afspeelt op die verlichte plek. De aanwezigheid van de mens wordt extra voelbaar. In 'Pompeï' nodigen de twee helverlichte stenen ons uit dichterbij te komen en een kijkje bij hen te komen nemen. Het verleden wordt bijna tastbaar in het heden.
Van Kempen schildert graag lege ruimtes, lange gangen, een open deur of raam. Soms is de ruimte daarachter donker, ontoegankelijk, soms juist helder verlicht of met uitzicht op een wijds landschap. Als toeschouwer staan we op een afstand en worden we als het ware de voorstelling binnen getrokken. Het resultaat is dat we ons betrokken voelen bij wat er te zien is, dat we er geboeid door raken.
In al het werk van de kunstenaar is steeds de aanwezigheid van de mens voelbaar, maar niet zichtbaar. Niet de mens zelf is onderwerp van studie, maar datgene wat hij ons heeft nagelaten en wat dat voor ons betekent. In het vroegere werk is de opbouw van het schilderij nog tamelijk gecompliceerd, zeer uitgewerkt en gevuld met allerlei elementen. De laatste jaren is de compositie eenvoudiger geworden en de schilderstijl wat losser. Niet meer het geheel maar een detail wordt nu verbeeld, zoals een stuk van een muur in plaats van de hele wand. Muren fascineren Van Kempen, vooral de fresco-achtige wanden in oude Italiaanse gebouwen, gemetselde bakstenen, gietijzeren traliehekken en het cassetteplafond in het Parthenon. Details van deze elementen worden in een sterk licht-donker contrast weergegeven.
Van Kempen geeft enkele dagen per week les aan een gymnasium in Leeuwarden. Dit geeft hem financiële zekerheid en biedt hem de contacten met andere mensen die hij als schilder vaak ontbeert. Bovendien voelt hij zich hierdoor niet gedwongen om uitsluitend te schilderen voor zijn brood en onder tijdsdruk te moeten werken. In de tijd dat hij als leraar werkt, kan zijn schilderij drogen, zodat hij daarna meteen weer verder kan.
Van Kempen studeerde aan de Rietveldacademie te Amsterdam en legde zich in die tijd al toe op het realisme, hetgeen aan de academie geen vanzelfsprekende keuze was. De kunstenaar schildert altijd naar de werkelijkheid. Eerst maakt hij een ruwe schets op het doek. Daarna schildert hij de voorstelling in grote lijnen. Dat gebeurt grof en heel donker. Nieuwe lagen brengt hij daarna nat in nat aan waarbij hij van donker naar steeds lichter schildert en van grof naar steeds gedetailleerder. Meestal heeft hij vier lagen nodig om de voorstelling op het doek te zetten. In principe werkt hij aan één schilderij tegelijk.
De kunstenaar reist graag naar Italië om inspiratie op te doen voor zijn schilderijen. Niet alleen de klassieke gebouwen, maar ook de typische aardkleuren uit dat land vinden we terug in zijn werk. Steeds is de stedelijke omgeving uitgangspunt van zijn zoektocht, maar regelmatig krijgen we een blik op de natuur te zien door een open raam of deur. Cultuur, natuur heden en verleden komen hier samen.
Uiteindelijk bleven er steeds minder oorspronkelijke details over. Zo ontstond de verstilde en zuivere compositie waar hij altijd naar op zoek was.