Oudezijdsvoorburgwal 334, 1012 GM Amsterdam

Qiangli Liang

In het oeuvre van Qiangli Liang zijn twee ogenschijnlijk geheel verschillende genres te vinden. Enerzijds schildert de kunstenaar mensfiguren die uiterlijk onbewogen en met gesloten ogen naast en soms letterlijk op elkaar staan. Anderzijds schildert Liang stillevens in de traditie van de zeventiende eeuw. Galerie Mokum vertegenwoordigt dit genre van de kunstenaar.

Op een egale ondergrond, meestal een tafelblad zijn objecten uitgestald.
Het zijn de voorwerpen die we in een klassiek stilleven vinden, zoals
fruit, flessen, kruiken, schaaltjes, opgerold papier, een doos. De
voorstelling is gecentreerd en bevat één of meerdere kleuraccenten.
We kijken steeds schuin van bovenaf op het tafelblad.

Het vlak waarop de objecten zijn uitgestald, is egaal van kleur, evenals
de achterwand van de ruimte waarin het zich bevindt. De ruimte is verder
niet gedefinieerd. Door de rustige, onopvallende kleuring van de vlakken
vallen de voorwerpen des te meer op. Het zijn vrolijk groene peren,
sensueel rode perziken, bloedrode uien of een helderblauw doosje, veelal
afgebeeld naast een object met een contrasterende kleur.

Liang beperkt het aantal kleuren per schilderij om een zekere soberheid te behouden. Het zijn niet zozeer de individuele objecten, maar de verhoudingen
tussen de kleuren en vlakken die de compositie interessant maken.
Tegenover de evenwichtige, serene opbouw van de voorstelling staat de
spanning tussen de kleuren. In die zin zijn de twee genres van deze kunstenaar in essentie niet verschillend van elkaar. Steeds gaat het om spanning-ontspanning, innerlijk-uiterlijk, onbewogenheid-bewogenheid, passiviteit-activiteit.

In het werk van Liang is zijn oosterse denkwijze nadrukkelijk aanwezig.
De kunstenaar studeerde aan de Academie van Beeldende Kunsten in
Guangzhou. De uiterlijke onbewogenheid, het denken in collectiviteit en
het zoeken naar evenwicht zijn elementen uit de Chinese cultuur die de
kunstenaar heeft behouden in zijn verder westerse schilderijen.In Nederland raakte hij onder de indruk van de Haagse School en de zeventiende-eeuwse stillevenschilders, de invloed hiervan is terug te vinden in zijn werk.

Liang gebruikt sobere bruinen en grijzen als achtergrond voor zijn
stillevens. Deze worden snel en vrij grof met kwast of paletmes
aangebracht. De schilder streeft naar spontaniteit in zijn werk en niet
naar een fotorealistische weergave van de werkelijkheid. Zoveel mogelijk
probeert hij in één keer delen van de voorstelling aan te brengen,
ook als het gaat om de accenten; als hij tenminste direct tevreden is.
De objecten in zijn stillevens schildert hij niet glad, zoals in een
traditionele voorstelling, maar pasteus met een zichtbare penseelstreek.
Daardoor krijgt het oppervlak van het doek een levendige uitstraling met
grote, meer vlakke delen en kleinere elementen die dik geschilderd zijn.
Op deze manier is Liang ook op zoek naar een evenwicht tussen rust en
beweging, traagheid en snelheid.