Oudezijdsvoorburgwal 334, 1012 GM Amsterdam

Ruth van Royen

Het stilleven geschilderd volgens de klassieke fijnrealistische traditie is het centrale thema in Ruth van Royens werk. Daarnaast schildert zij zelfportretten en maakt in opdracht van de eigenaar stillevens van geliefde objecten. In haar portretten legt zij de veranderingen vast die de tijd aanbrengt in haar uiterlijk, haar gezicht. 'Je bent zelf je geduldigste model', aldus de kunstenares. Onderzoekend kijkt ze naar zichzelf als schilder en dus ook naar ons als toeschouwer. Het is een kritische, maar tevens zelfbewuste blik. Het ouder worden jaagt haar geen angst aan.

In haar stillevens toont Van Royen zich een echte fijnschilder. Op paneel schildert zij één of enkele losse objecten tegen een veelal monochrome achtergrond. Deze wordt met een wat grovere kwast en paletmes aangebracht. Soms wordt het vlak in drieën verdeeld, achter-, voor- en ondergrond, waardoor er een ruimtelijk effect ontstaat.

Het centrale object werkt zij in de voorstelling tot in detail uit. In 'Verzameling' zijn allerlei kleine dode dieren of delen ervan afgebeeld, zoals vlinders, watersalamanders en een kikkertje. De fijne detaillering en de schaduwwerking maken de beestjes bijna tastbaar, alsof we ze zo kunnen oppakken. Door hun vorm en de ordening waarin ze liggen ontstaat er een ritme in de voorstelling. Ritmische voorstellingen zien we in Van Royens latere werk regelmatig terug.

De onderwerpen voor haar stillevens vindt zij dicht bij huis. Inspiratie zoekt zij in traditionele attributen, zoals insecten, schedels, glas en fruit . Ook dode dieren, met name muizen en vogels en eenvoudige gebruiksvoorwerpen zijn haar onderwerp. 'Ik kan ontroerd worden door een afgebrande lucifer of een dode bromvlieg' en 'elke keukenla herbergt een stilleven', zegt zij hierover. In haar 'animistische' levensvisie is alles om ons heen bezield en verdient het met respect behandeld te worden. Haar werk is dan ook een eerbetoon aan de kleine dingen, het vergankelijke, waar we zo makkelijk aan voorbijgaan. Zij wil ze met haar schilderijen aan de vergetelheid onttrekken.

Van Royen volgde haar opleiding aan de Academie Minerva te Groningen. Daar leerde zij de technische kant van het vak. Voor haar zijn in de compositie lichtval, ritme en vlakverdeling belangrijk. Soms maakt zij een voorschets, afhankelijk van de gecompliceerdheid van het onderwerp. De onderschildering is meestal van acryl, waarna ze met alkyd, een sneldrogende olieverf op basis van kunsthars, doorgaat. Omdat de verf snel droogt, kan ze vlug doorwerken. Het schilderij wordt afgewerkt met één of meer glacislagen.

Het stilleven heeft haar voorkeur, omdat ze in alle rust en stilte naar de waarneming kan werken. Het biedt haar de mogelijkheid zelf de belichting en de compositie te bepalen. Ook in het zelfportret kan zij de regisseur zijn van zichzelf als model.

De kunstenares gebruikt een clair-obscur dat grote helderheid en kracht aan de compositie geeft. Zodoende vertelt zij op een realistische toon het poëtische verhaal achter de verschijning der dingen.